Schuberts gitaren en Spaans vuur


Hoe ver liggen Oostenrijk en Italië af van Spanje en hoe kruisen de culturen elkaar in de muziek?
De gitaar wordt als geen ander instrument geassocieerd met Spaanse muziek.
Maar ook de Weense componist Franz Schubert speelde gitaar.
En Gioacchino Rossini uit Pesaro schreef een komische opera, die hij situeerde in Sevilla.
De Cavatine van de verliefde graaf Almaviva uit Il Barbiere di Siviglia instrumenteerde hij voor orkest en gitaar.
Anderzijds haalden Spaanse componisten vanaf het einde van de 19e eeuw hun inspiratie uit de Spaanse volksmuziek, maar verwerkte deze in traditionele orkestwerken en pianocomposities.
Waar bleef de gitaar in die klassieke Spaanse muziek?
Zeker: Joaquín Rodrigo was een uitzondering. Hij componeerde zijn beroemde “Concierto de Aranjuez” voor gitaar en orkest en veel werken voor sologitaar. Maar zijn collega's toonden meer belangstelling voor de piano en het orkest dan voor de gitaar.
Gitaristen begonnen met bewerkingen. Wilden zij hun repertoire verbreden, dan moesten zij die Spaanse piano- en orkestwerken arrangeren.
De 19e eeuwse Italiaanse gitaarvirtuoos Mauro Giuliani was hen al voorgegaan. De gitaar als solo-instrument begon in het begin van de 19e eeuw in Centraal Europa door te dringen. Giuliani bewerkte de Ouverture tot de opera Il Barbiere di Siviglia van Rossini uit 1816 voor gitaar. De grote contrasten in volume, de lyrische fragmenten en de snelle geestige motieven bouwde hij om tot klanken voor twee gitaren.
Fabuleus.
Ook de Weense gitarist en arrangeur Vincenz Schuster maakte veel arrangementen. Hij waagde zich aan het Strijkkwartet opus 18 nr. 5 van Ludwig van Beethoven, zijn tijdgenoot. Hij bewerkte het derde deel, Tema con variazioni: Andante cantabile.
Beethoven componeerde een mooi, rustig thema, dat hij op verschillende manieren behandelde. Hij versierde het op klassieke wijze, liet het dansen, verdeelde het in motieven, liet het aarzelend, zacht in majeur en mineur klinken en maakte er een feest van. Schuster vertaalde deze spannende muziek voor strijkkwartet in subtiele klanken voor de gitaren.
Veel dichter bij de gitaarklank liggen Scherzo, Allegro vivace con delicatezza en Allegro ma non troppo uit de Pianosonate nr. 21 D 960 van Franz Schubert. Het Scherzo bevat veel repeteertonen, kleine motieven en tegendraadse accenten. Het Allegro is heel ritmisch met korte noten en opnieuw voortdurend toonherhalingen. De vederlichte sfeer wordt op verschillende momenten verstoord door barse akkoorden met veel modulaties. Fernando Cordas transcribeerde dit briljante stuk muziek. Vrolijkheid smelt samen met melancholie en drama, zo typisch voor Schubert. Deze gaf een eerste uitvoering van zijn Sonate in september 1828. Nog geen twee maanden later stierf hij.
In de Spaanse volksmuziek is de gitaar niet weg te denken. De Arabieren namen het instrument in de Middeleeuwen mee vanuit Noord Afrika. In de Renaissance gold de gitaar als het mindere zusje van de chique luit. Maar de gitaar bleek gemakkelijker te bespelen dan de luit en won zo aan populariteit.
De klankkleur en het ritmische element maken de gitaar zo karakteristiek. In Andalusië vlamt de flamingo, in Catalonië blijven de klanken rustiger.
Rodrigo componeerde in 1959 zijn Tonadilla voor twee gitaren. De tonadilla stamt af van een zangstuk in het 18e eeuwse theater. Minuetto Pomposo is een presentatie van een reeks straffe akkoorden met een enkele afwisseling van melodische fragmenten. De akkoorden keren steeds terug. Het “pompeuze” gitaarstuk dwingt respect af.
De Catalaan Isaac Albéniz studeerde piano aan het Conservatorium van Madrid en hield zich aan het begin van zijn carrière niet bezig met Spaanse muziek. Hij won prijzen, gaf concerten in verschillende Europese steden en wilde zelfs les nemen bij Franz Liszt. Hetgeen niet lukte.
Albéniz keerde terug naar Spanje, naar Barcelona. De musicoloog Felipe Pedrell maakte hem enthousiast voor de Spaanse muziek. Zozeer zelfs, dat hij vanaf 1886 alleen nog maar muziek componeerde op Spaanse onderwerpen en in Spaanse stijl. De piano genoot zijn voorkeur.
De titels voor zijn pianowerken spreken boekdelen: Suite Espagnole, Suite Iberia, Chants d'Espagne. De titels van de onderdelen slaan met name op plaatsen, streken en dansen uit Spanje.
El Puerto geeft de levendigheid aan in de haven van Cádiz, alles in korte motieven,versieringen en forse ritmes. Het lijkt er op, alsof Albéniz in Mallorca even terugkijkt naar zijn Europese loopbaan als pianist. Het eerste deel is dromerig als een Nocturne van Chopin. Imiteert hij hier de componist, die enige tijd op Mallorca woonde met zijn geliefde George Sand? In Cataluña toont hij de sierlijkheid van het Noordelijke gebied. Cordoba in Andalusië start met duistere akkoorden, die een suggestie geven van het dramatische verleden van deze stad.
Ooit fungeerde Andalusië als het wetenschappelijke kruispunt van de Arabische, joodse en christelijke cultuur. In 1492 voerden Ferdinand en Isabella, de heersers van Spanje, een radicale etnische zuivering uit. Zij verjoegen de joden en de arabieren uit het gebied.
Toch heeft Andalusië die grootsheid behouden. In de volksmuziek worden de melodieën versierd met elegante arabische arabesken. De phrygische toonladder met zijn typische dalende motieven is naast de majeur en mineur toonladders altijd blijven bestaan. Versieringen en dalende motieven zijn kenmerkend voor de flamingo, de muziek van de zigeuners uit Andalusië.
Manuel de Falla werd in 1876 geboren in Cádiz, de havenstad van Andalusië.
In zijn korte opera en zijn balletten spelen Andalusië en zigeuners de hoofdrol. De Danza Espagnola uit de korte opera La Vida Breve loopt in snelheid en hartstocht vooruit op het lot van de zigeunerin Salut.
Canción del fuego fatuo uit het ballet El amor brujo bezit de kenmerken van de Andalusische muziek. Het lied wordt verfraaid door versieringen, is zeer ritmisch en heeft een melodie met de phrygische dalende lijnen. Oorspronkelijk schreef De Falla zijn ballet voor de zigeunerdanseres Pastora Imperio.
Manuel de Falla had in Parijs intensieve contacten met tijdgenoten zoals Ravel en Debussy. Zijn ballet El Sombrero de Tres Picos, dat zich ook in Andalusië afspeelt, beleefde in 1919 de première in Londen. Het werd uitgevoerd door de beroemde Ballets Russes met kostuums en decors van Picasso. Het was een geestig ballet met een boertige Danza del Molinero.
Deze muziek van Albéniz en De Falla: gitaristen zullen genieten van de arrangementen.

Els de Boer