Toelichting bij het concert van Martine Stückler en Sofia Vasheruk



De Charles de Gaullebrug over de Maas in het Belgische Dinant oogt merkwaardig vanuit de verte. De brug wordt aan beide kanten opgetuigd met een soort staken. Maar dichterbij gekomen zien die staken er vertrouwd uit: het zijn grote saxofoons. Bont gekleurd met verschillende prints.
Saxofoons? Juist. Want Dinant is de geboorteplaats van Adolphe Sax, de uitvinder van dit instrument. In Dinant leeft Sax. “La Maison de Monsieur Sax” in Rue de Sax herbergt een Centrum, waarin het leven en de werken van Sax worden getoond. Voor het huis, op de geboorteplek van de instrumentbouwer, zit een heuse Adolphe Sax als standbeeld met een saxofoon in de hand op een bank. Op de achtergrond klinkt zacht het beroemde “Petite Fleur” gespeeld door de jazzmusicus en saxofonist Sidney Bechet.
Adolphe Sax (1814-1894) was de zoon van een instrumentbouwer en eigenaar van een fabriek voor blaasinstrumenten in Brussel. Als jongetje zag hij al die instrumenten om zich heen. Aan de Brusselse Koninklijke Muziekschool nam hij klarinetlessen en begon te experimenteren met de instrumenten. Eerst ontwikkelde hij een 24-kleppensysteem voor de basklarinet, daarna waagde hij zich aan de bouw van nieuwe instrumenten. Zijn saxofoon presenteerde hij in 1841 op de Brusselse industrietentoonstelling. Een paar jaar later opende hij in Parijs zijn instrumentenfabriek “Adolphe Sax & Cie”. Hector Berlioz was meteen enthousiast over het nieuwe instrument. In 1844 speelde Sax bassaxofoon in het sextet “Hymne Sacré” van Berlioz.
De werkelijke populariteit van de saxofoon is begonnen aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Wie kent niet de zwoele inzet van de saxofoon midden in de “Boléro” van Ravel?
Sax streefde naar een blaasinstrument, waarop de musicus zo snel kon spelen als op een viool.
Hij maakte 9 soorten saxofoons van sopranino tot subcontra-bas.
Daarmee lenen de instrumenten zich voor diverse arrangementen.

Zo klinkt de Fluitsonate opus 3, nr. 2 in G van Giovanni Platti (eerste helft van de 18e eeuw) prima in het arrangement van E. Rousseau voor sopraansaxofoon en piano. Grave heeft vloeiende melodische lijnen met daaronder duidelijke harmonieën in de piano, in de stijl van de Barok. Het Allegro is snel met veel loopjes voor de saxofoon, waarin de piano op sommige momenten meegaat.

Natuurlijk vraagt een arrangement van de Cellosuite nr. 1 in G (gecomponeerd rond 1717) van Johann Sebastian Bach om een donkerder variant van de saxofoon. De Prelude en Menuet I en II klinken het beste in een versie voor altsaxofoon.
Deze Cellosuite bestaat ook in arrangementen voor piano, viool en gitaar. Bach koos in zijn tijd ook regelmatig verschillende instrumenten voor dezelfde composities.

César Franck schreef in 1886 zijn Vioolsonate in A. Een meesterwerk, dat standaard op het repertoire staat van menig violist. Prachtig voor de viool geschreven en toch weer gearrangeerd.
Voor fluit, cello, altviool en tuba. Franck aanvaardde alleen de variant voor cello.
Vanavond spelen Martina Stückler en Sofia Vasheruk de Sonate in de versie voor saxofoon.
Na een zachte inleiding van de piano in het Allegro ben moderato zet de saxofoon in met een schijnbaar eenvoudig thema: een aantal intervallen van een terts in een golfbeweging. Het thema valt nauwelijks op, maar blijkt in de loop van de Sonate de rode draad te zijn. In ieder deel komt het terug. Soms in versieringen of varianten, soms ook heel duidelijk. Daarmee smeedt de componist een mooie eenheid, zonder dat de constructie op enig moment opdringerig wordt.
Franck geeft zijn instrumenten de volle gelegenheid tot intens en virtuoos spel.
Het Allegro begint vurig, eerst in de piano, dan in de saxofoon. Een nieuw thema is weer heel zangerig. Aan het slot van het deel komen alle thema's in vogelvlucht terug.
In het Recitativo – Fantasia voert de saxofoon een paar fraaie solo's uit en verrijkt Franck zijn Sonate nog met een hartstochtelijke melodie. Deze melodie kleurt ook het laatste deel van het stuk, Allegretto poco mosso. Daaromheen lopen piano en saxofoon in canon achter elkaar aan met een nieuw thema. Franck eindigt zijn muzikale bouwwerk met één nadrukkelijk slotakkoord.

Eenvoud karakteriseert veel pianowerken van Frédéric Chopin. Dat wil zeggen in de vorm van de composities. Meestal bestaan die uit drie delen: een eerste deel, een contrasterend middendeel en een herhaling van dat eerste deel. Maar daarmee is deze eenvoud wel voorbij. Chopin varieert en versiert zijn melodieën rijkelijk en gebruikt vaak gecompliceerde akkoorden. Juist die combinatie maakt zijn pianomuziek zo boeiend en meeslepend.
Chopins Wals opus 34, nr. 2 in a, is het laatste arrangement (van D. Schorr) voor saxofoon en piano van dit concert. Een rustige, wiegende wals in mineur met overgangen naar een sneller ritme.
Onstuimig en levendig goochelt Chopin met zijn loopjes, guirlandes en ritmische begeleiding in de Wals in e (opus posthumus). Heel anders van sfeer zijn de Nocturne in cis (opus posthumus) en de Nocturne opus 15, nr. 2 in Fis. Vooral zangerig. “Je moet zingen met je vingers”, vertelde Chopin zijn leerlingen. De Nocturnes beelden een dromerige sfeer uit, die hoort bij de Romantische nacht.
Haaks daarop staat de Etude opus 25, nr. 1 in As. Hierin laat Chopin de beide handen van de pianist het snelle begeleidingswerk doen, terwijl hij aan de rechterhand nog een eenvoudige melodie toevoegt.

De Aria voor altsaxofoon en piano van Eugène Bozza uit 1936 heeft een lange, mooi opgebouwde melodische lijn. De 20e-eeuwse muziek grijpt terug naar de aria's uit het begin van de 18e eeuw.

Van bijzondere kwaliteit en perfect geschreven voor het instrument is Kuku (“kip” in Swahili) voor sopraansaxofoon solo uit 1997 van de Australische componist Barry Cockcroft. Het begin van de compositie bestaat uit een rustige inleiding gevolgd door snelle versieringen. Dit herhaalt de componist enige malen met variaties. Dan stort hij zich op dissonante geluiden en atonaliteit in verrassende volgordes. Cockcroft heeft zich laten beïnvloeden door de Sequenza voor sopraansaxofoon van Berio, die hij zelf heeft uitgevoerd.

Een uitsmijter vormt Devil's rag voor altsaxofoon en piano uit 2007 van de Tunesisch-Franse componist Jean Matitia. Een lekker jazznummer, waarin de saxofoon glorieert.

Els de Boer