Toelichting bij het concert van Lisa Jacobs en Ksenia Kouzmenko


Liefde.
Iedereen over de hele wereld kent de liefde. Een “geliefder” onderwerp bestaat niet.
En wat is er mooier dan het uitbeelden van de liefde in de kunst. In een schilderij, een beeldhouwwerk, een boek, een gedicht of niet te vergeten in een muziekstuk.
Met behulp van een melodie, ondersteunende samenklanken, ritmiek of een tekst schildert de componist zijn Liefde in de muziek. En die is niet altijd even vrolijk.

Johannes Brahms beschreef de liefde in verschillende aspecten. Zo verbeeldde hij in het lied “Komm bald” het verlangen naar een geliefde. Bij “Wie Melodien zieht es mir” verschool de geliefde zich in een mysterieuze verte. “Immer leiser wird mein Schlummer” was een machteloze kreet van een eenzame, die wachtte op haar minnaar. De laatste twee liederen wijdde Brahms in 1886 aan de zangeres Hermine Spies.
Verliefdheid, een verre geliefde en wanhoop. In hetzelfde jaar 1886 verwerkte Brahms fragmenten uit die drie liederen in zijn Vioolsonate in A groot opus 100. Het eerste deel, Allegro amabile, begint met een variant uit “Komm bald”, in de piano. De melodische lijn van “Wie Melodien” wordt bijna letterlijk gevolgd in het tweede thema. De piano zet het thema in, de viool volgt. De sfeer benadert de tederheid van het lied. De wanhoop klinkt door in het laatste deel Allegretto grazioso. Brahms grijpt hier terug naar de meest dramatische momenten uit het lied “Immer leiser wird mein Schlummer”, waarin de vrouw zich verlaten voelt. Korte, hartstochtelijke motieven wisselen af met donkere melodieflarden en “snikken”. Het tweede deel van de Sonate, het Andante Tranquillo, fungeert als een rustig en levendig ogenblik tussen de muzikale liefdesperikelen.

Smoorverliefd was de Tsjechische componist Josef Suk op zijn vrouw Otylka, de dochter van zijn leermeester Antonin Dvořak. Tussen 1891 en 1893 schreef hij zijn 6 Stukken voor piano, die hij opende met een “Píseň Lásky”, Liefdeslied. Een smeltende ode aan een geliefde. De violist Jaroslav Kocian zette deze gepassioneerde liefdesverklaring om naar een Love Song voor viool en piano.

Welke liefde dreef Eugène Ysaÿe, toen hij in 1928 de Sonate in f klein opus 6, nr. 7 voor viool en basso continuo van Pietro Locatelli arrangeerde?
Dat was liefde voor de 18e eeuwse Italiaanse meester, die het laatste deel van zijn leven in Amsterdam woonde. Van de oorspronkelijk, becijferde bas maakte Ysaÿe een pianopartij. Hij noemde de Sonate “au tombeau, d'après la Sonate de Pietro Antonio Locatelli”. Ysaÿe gaf daarmee aan, dat de sonate vrij “naar de sonate van Pietro Antonio Locatelli” door hem was bewerkt. De Belgische violist en componist hield intens van de muziek van Locatelli, maar wilde deze Sonate op zijn manier beleven. Hij versterkte de dramatiek,vooral in het eerste deel, Lento assai e mesto.
Lange repeteertonen en trage melodische lijnen benadrukken de grafstemming. Het aanzwellen in volume en de accenten maken deze treurmuziek 20e eeuws aangrijpend. De lichte toets volgt in het Allegro moderato en con passione. In het Adagio keren componist en arrangeur weer terug naar de rust en de melodische schoonheid. Cantabile. Tempo molto moderato bestaat uit een aantal variaties op een eenvoudig en elegant thema. Hierin ligt de nadruk op de techniek van de dubbelgrepen.
De Sonate sluit af met een aantal stijgende motieven vol hartstocht in de viool en een krachtig slotakkoord van viool en piano.

De Pool Karol Szymanovski zocht de emoties van de liefde in een afgelegen oord: in het Sicilië van de 12e eeuw. Zijn opera “Koning Roger” speelt zich af tijdens een periode, waarin het christendom door “heidense” invloeden wordt bedreigd. De Siciliaanse koning Roger verzet zich daartegen, zijn vrouw Roxana beschermt juist een heidense indringer. Ze zingt daarbij een verleidelijk lied met exotische, oriëntaalse motieven.
De opera Koning Roger beleefde zijn eerste voorstelling in 1926 in het Warschause Widki Theater. Een tijdlang verflauwde de belangstelling voor dit muziekdramatische werk. Maar sinds het begin van deze eeuw wordt Koning Roger weer regelmatig gespeeld in verschillende operahuizen. De Nederlandse Opera onder leiding van Hartmut Haenchen voerde de opera op in 2000.
Paul Kochanski maakte een arrangement voor viool en piano van het bedwelmende Lied van Roxana.

Fritz Kreisler bestudeerde muziek van de 18e eeuwse Italiaanse meesters zo goed, dat hij in hun stijl hele muziekstukken schreef. Pas later onthulde hij, dat hij – en niet Tartini of Vivaldi – die werken had gecomponeerd. Tot woede van de recensenten. Kreisler was een wonderkind. Al op 12-jarige leeftijd in 1887 won deze Weense violist de Premier Grand Prix de Rome. Wereldberoemd werd hij met tournees door Europa en de Verenigde Staten. Voor het laatst stond hij op het podium in 1947. Spectaculair waren zijn uitvoeringen en interpretaties. Zelf componeerde hij operettes, toegiften en cadensen. Toegiften als Liebesleid en Schön Rosmarin speelde hij vaak na een succesvol optreden. Kreisler componeerde in Weense stijl. Liebesleid was een langzame, smartelijke wals in mineur. Schön Rosmarin schitterde in een wervelende driekwartsmaat.
Jaloezie en noodlottige liefde kunnen zelfs leiden tot de dood.

De componist Franz Waxman pakte deze elementen op uit de opera “Carmen”van Bizet en schiep daarmee zijn Carmen Fantasy voor viool en orkest. Waxman componeerde vooral filmmuziek.
In 1932 maakte hij in zijn geboorteland Duitsland muziek voor de film “Der blaue Engel”. In 1934 vluchtte hij voor het nationaalsocialisme naar de Verenigde Staten. Daar kwam hij in aanraking met de Amerikaanse filmindustrie. Van producent Warner Bros kreeg hij de opdracht muziek te schrijven voor de film “Humoresque”. De film uit 1945 ging over de hopeloze liefde van de violist Paul voor de fatale, ongelukkig getrouwde Helen.
Het verhaal van Carmen en de door haar verstoten minnaar Don José paste bij de affaire van Paul en Helen. Waxman bewerkte in zijn Fantasy de verleidelijke “Habanera” en de “Seguidilla” uit Bizets opera, de dreigende kaartenscène, het noodlotsmotief en het slot. Het slot met de moord op Carmen door de jaloerse Don José.
Aan het einde van de film repeteert de violist Paul de Carmen Fantasy. Helen pleegt in totale verwarring zelfmoord.
Waxman droeg zijn Carmen Fantasy op aan de violist Jasha Heifetz.

Els de Boer